Verhaal

Chocoladeverhalen


Chocoladefestival Cacao aan de Kade in Helmond organiseerde een leuke verhalenwedstrijd: verhalen over chocola. Mijn inzending viel niet in de prijzen. De 3 winnende verhalen zijn hier te lezen.

Mijn verhaal lees je hieronder.

 

 

Letters

 

Jurre laat zijn benen tegen het bankje zwaaien. Hij heeft net de nieuwe Minions film gezien met zijn moeder. Zij moest naar de wc, Jurre niet. Hij ziet iets op grond liggen en duikt onder de zitting. Een chocoladeletter F. Jammer dat het geen J is. Zou de letter van iemand zijn? Hij draait het doosje om in zijn handen. Er zit een briefje op:
Zoek verder achter het kasteel.
Misschien zijn daar meer chocoladeletters. Die wil hij wel zoeken. Maar zijn moeder vindt dat vast niet goed. Hij kijkt rond, klemt het doosje onder zijn arm en loopt de bioscoop uit. Naar het water, de brug over.

Van de achterkant lijkt het kasteel nog groter dan anders. Jurre zoekt in de bosjes langs de kasteelmuur. Net als hij het op wil geven, vindt hij twee chocoladeletters. Een I en een E. Op de E zit een briefje:
Zoek verder bij Phileutonia.
Gelukkig kent Jurre Phileutonia. Zijn zus speelt dwarsfluit bij de harmonie. Langs het kanaal loopt hij ernaartoe. Voor de deur staan geen bosjes, maar wel een fiets met een mand. Daarin ligt een plastic tasje. Jurre kijkt of niemand hem ziet en graait in het tasje. Twee chocoladeletters! Hij pakt ze en loopt snel weg, voordat iemand denkt dat hij een dief is. Is hij een dief?

De twee letters zijn een B en een A. Achterop de A zit een briefje:
Zoek verder bij het brugwachtershuisje.
Hoe lang zou dit doorgaan? Wat als het donker wordt? Bij de volgende brug staat het huisje, weet Jurre. Hij kan alle doosjes maar net dragen als hij verder loopt. Er zit al jaren geen brugwachter meer in het huisje. Wel zit er een hek voor, met daar tegenaan een fiets. Deze heeft geen mand, wel een tas. Jurre voelt in de tas. Hij trekt er twee doosjes uit.

Verderop op het gras legt hij alle doosjes neer. Op één nieuw doosje zit een briefje:
Daar moet je zijn.
Gelukkig, het eind van de speurtocht! Jurre legt de R en de K erbij. Hij husselt de letters en ziet het. FABRIEK. Dat is vast de Cacaofabriek. Met alle doosjes in zijn armen loopt hij naar de ingang.

Een meneer in pak begroet hem. ‘Welkom! Ik dacht wel dat iemand vandaag onze puzzel zou oplossen.’
Jurre grijnst. Zou hij iets winnen?
‘Gefeliciteerd, jongeman. Ben je in de bioscoop begonnen?’
‘Ja, ik heb de Minions film gezien met mijn moeder.’
‘Waar is je moeder nu?’
Jurre voelt zijn wangen gloeien. Moet hij zeggen dat hij is weggelopen? Op dat moment hoort hij iemand zijn naam roepen. Zijn moeder komt op hem af, geeft hem een stevige knuffel en moppert dan hoe ongerust ze was en hoe gevaarlijk het is om alleen langs het kanaal te lopen.
‘Maar mam, ik heb de speurtocht gewonnen.’
‘Welke speurtocht?’
Jurre laat zijn chocoladeletters zien. De man legt uit hoe Jurre gepuzzeld heeft.
‘Heb ik een rondleiding door de chocoladefabriek gewonnen?’ vraagt Jurre.
De man lacht. ‘Helaas, Sjakie, dit is al jaren geen chocoladefabriek meer. Maar je hebt wel deze chocoladeletters gewonnen en dit chocoladepakket.’ Hij haalt een groot pakket te voorschijn en geeft het aan Jurre’s moeder, want Jurre heeft zijn handen vol letters.

Ze bedanken de man en lopen terug naar hun fietsen. Zijn moeder klaagt dat ze mensen moest vragen of ze Jurre gezien hadden en hoe ze steeds ergens kwam waar hij net geweest was.
‘Dus jij had ook een speurtocht?’ zegt Jurre. ‘Dan mag je wel wat van mijn chocola.’

 

 

Verhaal in de minibieb tussen de boeken

The Writer’s Guide organiseerde een korte verhalen wedstrijd met als thema Tussen de Boeken. Mijn verhaal heeft niet gewonnen, maar kun je hieronder gewoon lezen.

 

In de minibieb

 

Het regent, wat betekent dat het rustig is in de minibieb. Ruben schrikt op als het deurtje opengaat. Een vrouw zet een boek neer en zonder te kijken naar de andere boeken slaat ze het deurtje weer dicht. Ze fietst snel weg, haar hoofd gebogen tegen de regen. Ruben ziet een klein randje uit het boek steken. Zo te zien een oude boekenlegger. Fijn, die hebben meestal de mooiste verhalen.
‘Goedemiddag,’ zegt Ruben beleefd.
‘Goedendag, jongeman,’ antwoordt de oude boekenlegger.
‘Mijn naam is Ruben,’ zegt de jonge boekenlegger.
‘Mijn naam is Philip.’
‘Hé, Flip!’ roept Ruben uit. ‘Ik bedoel, meneer Philip. Wij hebben ooit samen op een boekenmarkt gelegen. Jeetje dat is lang geleden. Toen regende het ook. Weet u nog?’
‘Jawel, dat weet ik nog. Je bent toen met een verkocht boek meegegaan?’
‘Ja. Ik ben toen lang in een huis geweest, maar toen werd ik in een bibliotheekboek gestopt. Fantastisch was dat. In de bibliotheek zijn we echt met veel, joh. Dat was supergezellig! Dat waren de beste drie weken van mijn leven. Daarna heb ik jaren in een vergeten hoek van een boekenkast gestaan. En u?’

(meer…)

Extra tijd cadeau

Schrijverspunt heeft weer een korte verhalen wedstrijd georganiseerd. Dit keer is het thema Het Cadeau. Daar kon ik wel wat mee. Hieronder mijn inzending.

 

cadeau

 

Extra Tijd

 

Elk jaar geeft Indra hetzelfde antwoord: ‘Wat extra tijd, graag.’ Daarna vraagt Koen altijd: ‘En wat wil je nog meer?’ Dan noemt ze meestal zoiets als een ketting of een praktisch huishoudelijk voorwerp. Dit keer stelt hij de tweede vraag niet. Ze kijkt even op, maar laat het gaan.

 

Op de ochtend van haar verjaardag is Koen al vroeg vertrokken. Als Indra wakker wordt staat er een ingepakte doos op haar nachtkastje. Ze scheurt het papier er vanaf en onthult een bruine kartonnen doos. Daaruit stijgt een nevel op. Langzaam vormt de nevel zich tot een doorzichtige verschijning in de vorm van een fee. Indra schiet in de lach en wrijft hard in haar ogen. Ze heeft duidelijk te veel tekenfilms gekeken met de kinderen. Als ze haar ogen weer opent, ziet ze nog steeds de toverfee, die uit het pakketje sliert, zoals de geest uit de fles van Aladdin.

 

Lees de rest van het verhaal verder op de website van Schrijverspunt.

 

 

Schrijven in de Molen

Op donderdag 5 mei, hemelvaartsdag & bevrijdingsdag, was er een speciale editie van het maandelijkse Schrijfcafé Delft. Deze was namelijk in Molen de Roos. We kregen een rondleiding door de molen, die nog dagelijks in werking is. Vanaf de stelling heb je prachtig uitzicht over de binnenstad, zeker op zo’n zonnige dag.

 

molen-delft

 

We schreven ieder een verhaal over een detail in de molen. Het mijne werd geïnspireerd door dit kleurige bord dat bij binnenkomst aan de muur hangt.

 

 

Terug naar de molen

 

molenEen rode stift en een opstapje, dat was alles wat Eline nodig had. Doelbewust zette ze de stift op het bord, waarop een molen stond afgebeeld. Ze tekende pappa, Michael en zichzelf als stokpoppetjes, staand op de bovenste wiek. Haar stiefmoeder Eva tekende ze er mooi niet bij.

 

Nu, twintig jaar later, hangt de kleurige plaat er nog steeds. Eline kijkt om zich heen. Niemand in de buurt. Snel haalt ze een stift uit haar tas. Ze tekent naast haar vader nog een poppetje, met rok. Ze stopt de stift weer weg, net voordat haar vader en Eva aankomen.
‘Kijk,’ zegt Eline. ‘Dit heb ik getekend toen we hier twintig jaar geleden waren.’
‘Zijn wij dat?’ vraagt Eva. ‘Wat lief!’

 

 

Oja, het verhaal heeft toevallig 120 woorden, dus het staat ook op 120w.nl.

 

 

De Verdwenen Huizen van Voorburg

In de Van Duvenvoordelaan in Voorburg springen de huisnummers in één keer van 130 naar 202. Die twee huizen staan stevig tegen elkaar. Er is geen enkele mogelijkheid dat daar ooit een huis – laat staan een hele flat – tussen heeft gepast. Hoe is dit dan ontstaan? Zolang het me niet lukt om de waarheid te achterhalen, kan ik wel een achtergrondverhaal bedenken…

Het is februari 1931. Na een flinke vorstperiode kan er eindelijk weer gebouwd worden. Intussen zijn de huizen aan het begin van de straat al bewoond. Dat deel was af voordat de vorst inviel. De bewoners hebben dus alle tijd gehad om in hun gloednieuwe huizen te trekken. Alleen de bouw van de laatste 34 huizen is door de vorst uitgesteld.

Maurice en zijn ploeg steken de handen flink uit de mouwen, zodat ook de resterende huizen over een paar maanden bewoonbaar zijn. Maar ze zijn nog geen twee uur bezig als Maurice een telefoontje krijgt van de baas. Het geld is op, de bouw wordt stilgelegd.
Ze moeten wachten op nadere instructies, dus halen ze een snack en gaan op het stoeprandje zitten kijken naar het gapende gat. In de huizen aan het begin van de straat zitten enkele mensen lekker aan tafel. De meeste huizen zijn leeg zo midden op de dag, maar de gezellig ingerichte huiskamers zien er uitnodigend uit.

Helemaal aan het andere eind van de straat staat ook een huizenblok. Het pand van de snackbar op de hoek kreeg voorrang, omdat de ondernemer geld moest verdienen. Bovendien vonden de werklui het zelf ook een goed idee als de snackbar alvast kon openen. Dus de snackbar en de twee portieken die daaraan vastzitten, staan al even mooi te glimmen als de hele rij huizen aan het begin van de straat. Alleen daartussenin ligt nog een grote bouwput.

Al snel komt het beslissende telefoontje. De huizen worden niet afgebouwd. Ze zijn niet verkocht en leveren dus geen cent op. ‘De boel opruimen’ is de opdracht.
Maurice staat even beteuterd te kijken naar de puinhoop midden tussen de mooie huizen en portieken. Dan haalt hij zijn schouders op en stapt hij in een werkwagen. Hij tuft naar het begin van de straat, plaatst de shovel voorzichtig tegen de zijgevel van nummer 2 en geeft gas. De banden gieren, de fundering kraakt, maar dan komt het huizenblok in beweging.

Tien minuten later klapt hij tevreden in zijn handen terwijl hij het resultaat bekijkt. De mevrouw op nummer 88, die rustig de krant had zitten lezen, staat hem met open mond aan te kijken. De bewoner van nummer 114 komt naar buiten gerend. ‘Wat doe jij nou?’ schreeuwt hij.
‘Opruimen,’ antwoordt Maurice eenvoudig.
De man kijkt om en ziet de rij huizen keurig tegen de portiekflats aan staan. ‘De hele straat is af,’ zegt hij verbijsterd.
‘Precies.’
Maurice en zijn mannen ruimen de laatste rommel op, pakken hun spullen, waaronder de huisnummerbordjes van 132 tot en met 200, en rijden voldaan naar de volgende klus.

 

 

Kort verhaal: Losse Handjes

In het kader van de Kinderboekenweek, een sportief kort verhaal rond het thema Klaar voor de start!

Losse handjes

Bart slingert het breekijzer een paar keer van achter naar voren en laat dan los.
‘Zes meter vierentwintig. Niet slecht, jongen,’ zegt de docent die zich hiervoor heeft laten strikken.
‘Ik had zes meter achtentwintig,’ meldt Vincent.
‘Nou en?’ gromt Bart. ‘Ik had vier kilo meer bij het buitslepen.’
‘Jullie mogen door naar het volgende onderdeel, de obstakelbaan.’

De jongens kruipen onder een strakgespannen touw door en stappen voorzichtig over een andere. Beiden houden hun adem in. Dan klinkt het alarm en een vloek van Vincent.
‘Bart is de winnaar!’

Vincent vliegt Bart aan en timmert hem op zijn neus.
‘Jongens, jongens. Boksen is geen onderdeel van de sportdag,’ zegt meneer Bak, adjunct-directeur van het Cleptacollege Voor Veelbelovende Criminelen, streng.

 

Dit verhaal heeft precies 120 woorden. Meer 120 woorden verhalen lezen? Op 120w.nl staat elke week een nieuwe van mij, en nog veel meer van andere schrijvers.