Verhaal

Verhaal in de minibieb tussen de boeken

The Writer’s Guide organiseerde een korte verhalen wedstrijd met als thema Tussen de Boeken. Mijn verhaal heeft niet gewonnen, maar kun je hieronder gewoon lezen.

 

In de minibieb

 

Het regent, wat betekent dat het rustig is in de minibieb. Ruben schrikt op als het deurtje opengaat. Een vrouw zet een boek neer en zonder te kijken naar de andere boeken slaat ze het deurtje weer dicht. Ze fietst snel weg, haar hoofd gebogen tegen de regen. Ruben ziet een klein randje uit het boek steken. Zo te zien een oude boekenlegger. Fijn, die hebben meestal de mooiste verhalen.
‘Goedemiddag,’ zegt Ruben beleefd.
‘Goedendag, jongeman,’ antwoordt de oude boekenlegger.
‘Mijn naam is Ruben,’ zegt de jonge boekenlegger.
‘Mijn naam is Philip.’
‘Hé, Flip!’ roept Ruben uit. ‘Ik bedoel, meneer Philip. Wij hebben ooit samen op een boekenmarkt gelegen. Jeetje dat is lang geleden. Toen regende het ook. Weet u nog?’
‘Jawel, dat weet ik nog. Je bent toen met een verkocht boek meegegaan?’
‘Ja. Ik ben toen lang in een huis geweest, maar toen werd ik in een bibliotheekboek gestopt. Fantastisch was dat. In de bibliotheek zijn we echt met veel, joh. Dat was supergezellig! Dat waren de beste drie weken van mijn leven. Daarna heb ik jaren in een vergeten hoek van een boekenkast gestaan. En u?’

(meer…)

Extra tijd cadeau

Schrijverspunt heeft weer een korte verhalen wedstrijd georganiseerd. Dit keer is het thema Het Cadeau. Daar kon ik wel wat mee. Hieronder mijn inzending.

 

cadeau

 

Extra Tijd

 

Elk jaar geeft Indra hetzelfde antwoord: ‘Wat extra tijd, graag.’ Daarna vraagt Koen altijd: ‘En wat wil je nog meer?’ Dan noemt ze meestal zoiets als een ketting of een praktisch huishoudelijk voorwerp. Dit keer stelt hij de tweede vraag niet. Ze kijkt even op, maar laat het gaan.

 

Op de ochtend van haar verjaardag is Koen al vroeg vertrokken. Als Indra wakker wordt staat er een ingepakte doos op haar nachtkastje. Ze scheurt het papier er vanaf en onthult een bruine kartonnen doos. Daaruit stijgt een nevel op. Langzaam vormt de nevel zich tot een doorzichtige verschijning in de vorm van een fee. Indra schiet in de lach en wrijft hard in haar ogen. Ze heeft duidelijk te veel tekenfilms gekeken met de kinderen. Als ze haar ogen weer opent, ziet ze nog steeds de toverfee, die uit het pakketje sliert, zoals de geest uit de fles van Aladdin.

 

Lees de rest van het verhaal verder op de website van Schrijverspunt.

 

 

Schrijven in de Molen

Op donderdag 5 mei, hemelvaartsdag & bevrijdingsdag, was er een speciale editie van het maandelijkse Schrijfcafé Delft. Deze was namelijk in Molen de Roos. We kregen een rondleiding door de molen, die nog dagelijks in werking is. Vanaf de stelling heb je prachtig uitzicht over de binnenstad, zeker op zo’n zonnige dag.

 

molen-delft

 

We schreven ieder een verhaal over een detail in de molen. Het mijne werd geïnspireerd door dit kleurige bord dat bij binnenkomst aan de muur hangt.

 

 

Terug naar de molen

 

molenEen rode stift en een opstapje, dat was alles wat Eline nodig had. Doelbewust zette ze de stift op het bord, waarop een molen stond afgebeeld. Ze tekende pappa, Michael en zichzelf als stokpoppetjes, staand op de bovenste wiek. Haar stiefmoeder Eva tekende ze er mooi niet bij.

 

Nu, twintig jaar later, hangt de kleurige plaat er nog steeds. Eline kijkt om zich heen. Niemand in de buurt. Snel haalt ze een stift uit haar tas. Ze tekent naast haar vader nog een poppetje, met rok. Ze stopt de stift weer weg, net voordat haar vader en Eva aankomen.
‘Kijk,’ zegt Eline. ‘Dit heb ik getekend toen we hier twintig jaar geleden waren.’
‘Zijn wij dat?’ vraagt Eva. ‘Wat lief!’

 

 

Oja, het verhaal heeft toevallig 120 woorden, dus het staat ook op 120w.nl.

 

 

De Verdwenen Huizen van Voorburg

In de Van Duvenvoordelaan in Voorburg springen de huisnummers in één keer van 130 naar 202. Die twee huizen staan stevig tegen elkaar. Er is geen enkele mogelijkheid dat daar ooit een huis – laat staan een hele flat – tussen heeft gepast. Hoe is dit dan ontstaan? Zolang het me niet lukt om de waarheid te achterhalen, kan ik wel een achtergrondverhaal bedenken…

Het is februari 1931. Na een flinke vorstperiode kan er eindelijk weer gebouwd worden. Intussen zijn de huizen aan het begin van de straat al bewoond. Dat deel was af voordat de vorst inviel. De bewoners hebben dus alle tijd gehad om in hun gloednieuwe huizen te trekken. Alleen de bouw van de laatste 34 huizen is door de vorst uitgesteld.

Maurice en zijn ploeg steken de handen flink uit de mouwen, zodat ook de resterende huizen over een paar maanden bewoonbaar zijn. Maar ze zijn nog geen twee uur bezig als Maurice een telefoontje krijgt van de baas. Het geld is op, de bouw wordt stilgelegd.
Ze moeten wachten op nadere instructies, dus halen ze een snack en gaan op het stoeprandje zitten kijken naar het gapende gat. In de huizen aan het begin van de straat zitten enkele mensen lekker aan tafel. De meeste huizen zijn leeg zo midden op de dag, maar de gezellig ingerichte huiskamers zien er uitnodigend uit.

Helemaal aan het andere eind van de straat staat ook een huizenblok. Het pand van de snackbar op de hoek kreeg voorrang, omdat de ondernemer geld moest verdienen. Bovendien vonden de werklui het zelf ook een goed idee als de snackbar alvast kon openen. Dus de snackbar en de twee portieken die daaraan vastzitten, staan al even mooi te glimmen als de hele rij huizen aan het begin van de straat. Alleen daartussenin ligt nog een grote bouwput.

Al snel komt het beslissende telefoontje. De huizen worden niet afgebouwd. Ze zijn niet verkocht en leveren dus geen cent op. ‘De boel opruimen’ is de opdracht.
Maurice staat even beteuterd te kijken naar de puinhoop midden tussen de mooie huizen en portieken. Dan haalt hij zijn schouders op en stapt hij in een werkwagen. Hij tuft naar het begin van de straat, plaatst de shovel voorzichtig tegen de zijgevel van nummer 2 en geeft gas. De banden gieren, de fundering kraakt, maar dan komt het huizenblok in beweging.

Tien minuten later klapt hij tevreden in zijn handen terwijl hij het resultaat bekijkt. De mevrouw op nummer 88, die rustig de krant had zitten lezen, staat hem met open mond aan te kijken. De bewoner van nummer 114 komt naar buiten gerend. ‘Wat doe jij nou?’ schreeuwt hij.
‘Opruimen,’ antwoordt Maurice eenvoudig.
De man kijkt om en ziet de rij huizen keurig tegen de portiekflats aan staan. ‘De hele straat is af,’ zegt hij verbijsterd.
‘Precies.’
Maurice en zijn mannen ruimen de laatste rommel op, pakken hun spullen, waaronder de huisnummerbordjes van 132 tot en met 200, en rijden voldaan naar de volgende klus.

 

 

Kort verhaal: Losse Handjes

In het kader van de Kinderboekenweek, een sportief kort verhaal rond het thema Klaar voor de start!

Losse handjes

Bart slingert het breekijzer een paar keer van achter naar voren en laat dan los.
‘Zes meter vierentwintig. Niet slecht, jongen,’ zegt de docent die zich hiervoor heeft laten strikken.
‘Ik had zes meter achtentwintig,’ meldt Vincent.
‘Nou en?’ gromt Bart. ‘Ik had vier kilo meer bij het buitslepen.’
‘Jullie mogen door naar het volgende onderdeel, de obstakelbaan.’

De jongens kruipen onder een strakgespannen touw door en stappen voorzichtig over een andere. Beiden houden hun adem in. Dan klinkt het alarm en een vloek van Vincent.
‘Bart is de winnaar!’

Vincent vliegt Bart aan en timmert hem op zijn neus.
‘Jongens, jongens. Boksen is geen onderdeel van de sportdag,’ zegt meneer Bak, adjunct-directeur van het Cleptacollege Voor Veelbelovende Criminelen, streng.

 

Dit verhaal heeft precies 120 woorden. Meer 120 woorden verhalen lezen? Op 120w.nl staat elke week een nieuwe van mij, en nog veel meer van andere schrijvers.

 

Delfts sprookje

Op 7 september 2013 is het de Delftse Dag van het Schrijven. Elk jaar tijdens de Week van het Schrijven organiseert de VAK (Vrije Academie voor de Kunsten) deze dag vol schrijfactiviteiten. Daarbij hoort ook de schrijfwedstrijd, waarin ik vorig jaar de tweede prijs behaalde met mijn dialoog Er was eens inspiratie. Dit jaar was het thema Delftse Dingen. Mijn inzending haalde geen nominatie, dus kun je mijn sprookje nu hier lezen.

Glazen Hart

Er was eens een meisje met blauwe haren. Ze heette Lila en kon uren bij de rivier zitten. Haar zusjes hielden niet van het water, dus kon Lila daar ontsnappen aan de drukte van haar familie.

Op een dag zat ze weg te dromen bij de zonnestralen die met het water mee dansten. Een zomers briesje deed haar blauwe haren wapperen. Ineens werd haar rust verstoord door een jongen die uit het bos kwam lopen en zomaar naast haar kwam staan. Ze keek op, maar omdat de zon van achter hem kwam, zag ze alleen een silhouet.
‘Mooi is het hier, hè?’ klonk zijn stem.
Lila haalde haar schouders op en keek weer naar het water. De jongen trok zich daar niets van aan en ging naast haar zitten.
‘Ik zie je hier elke dag zitten.’
‘Heb je me begluurd?’ vroeg Lila scherp, terwijl ze hem eindelijk aankeek. Heel even merkte ze zijn donkere krullen en ogen op, maar toen ging haar blik naar zijn borst. Daar was een hartvormige bult te zien, die een zwak licht uitstraalde. Lila kon haar ogen niet afwenden. Het leek alsof zijn hart uit zijn borst probeerde te springen.
‘Wat is er met je hart?’ vroeg ze.
De jongen haalde zijn schouders op. ‘Het doet al een paar dagen zo.’
‘Doet het pijn?’ vroeg Lila bezorgd.
‘Nee, nu niet. Soms wel.’
Lila vond het maar vreemd. Ze was opgelucht toen hij even later weer opstapte.

(meer…)