Verhaal

Kerstgedachte

Op zondag 25 november 2012 volgde ik bij de SKVR in Rotterdam een workshop theaterdialogen schrijven. Elfie Tromp leerde ons de theorie en liet ons oefeningen doen. Aan het eind van de middag stonden er acteurs klaar om onze dialogen meteen tot leven te brengen! Hieronder mijn resultaat.Charles Dickens

 

Kerstgedachte

Leo trekt zijn voordeur open net nadat Jasmijn een kaart in de brievenbus heeft gegooid.

Leo Hé, jij daar!

Jasmijn schrikt en blijft stil staan.

Leo Wie ben jij?
Jasmijn Ik ben Jasmijn, meneer.
Leo Wat doe je aan mijn voordeur?
Jasmijn Ik deed alleen een kaart in de bus, meneer.
Leo Een kaart? Wat is dit? Een kerstkaart?
Wat moet ik daarmee?
‘Beste Nick’? Ik heet Leo!
Waarom wens je mij een ‘vrolijke kerst’?
Jasmijn Mijn mamma zegt dat u alleen bent. Maar ik zei dat u allemaal elfen heeft.
Leo Wat? Bazel niet, kind.
Dus jouw moeder denkt dat ik eenzaam en zielig ben?
Ik red me prima, hoor! Is het wel eens in jullie opgekomen dat ik graag alleen ben?
Zonder mensen die vlak voor Kerst ineens op de stoep staan.
Jasmijn Oh. Bent u wel helemaal alleen?
En vindt u dat wel leuk? Echt?
Leo Dat zeg ik toch!
Jasmijn Maar met Kerst toch niet?
Leo Jawel, juist met Kerst. Dat hele Kerstmis is een commercieel verzinsel.
Daar wens ik niet aan mee te werken!
Jasmijn Wilt u dan niet gezellig met familie eten?
Leo Ik heb geen familie.
Jasmijn Oh.
Zullen wij uw familie zijn? Mijn mamma en ik?
Leo Zo werkt dan niet, meisje. Familie heb je of heb je niet.
Jasmijn Nee, hoor. Familie is wie je familie noemt.
Leo Ben jij niet een beetje bijdehand voor een 5-jarige?
Jasmijn Ik ben al 6, hoor.
Dus? Komt u met Kerst bij ons eten?
Leo Ik zal er over nadenken.

Jasmijn huppelt het tuinpad weer af.

Jasmijn Komt u dan met de rendierenslee?

 

Een burcht op grote hoogte

Dit verhaal schreef ik voor de schrijfwedstrijd van duitsland-reisgids.nl. Zie http://www.duitsland-reisgids.nl/espresso/inge-hulsker-cochem.html. Ik won helaas niet de hoofdprijs, maar hier mijn verhaal.

 

CochemDe Reichsburg van Cochem ligt op een berg en is vanaf elk punt in de stad te zien. Bij ons bezoek aan dit stadje aan de Moezel konden we dit hoogtepunt natuurlijk niet overslaan. De sportieve helft van ons reisgezelschap wilde naar boven lopen, de minder sportieve helft besloot dat we met de auto naar boven zouden rijden.

We volgden de hoofdweg, die al gauw begon te stijgen. Door vele bochtjes kwamen we hoger en hoger op de berg, die overgroeid was met groene bomen.

‘We zullen nu toch wel bijna bij de burcht zijn?’

Nog een paar bochten, nog wat hoger.

‘Verrek, kijk nou!’

Door een opening in de bomen keken we neer op het dorp in het dal, met daar middenin de bescheiden heuvel met de rijksburcht erop… Tientallen meters lager dan de berg waar wij op reden!

Hard lachend reden we snel de berg weer af, terug naar het beginpunt waar we de burcht konden zien. We begonnen vol goede moed aan een nieuwe poging… waarna we ineens weer op die hoge berg reden!

Na drie pogingen gaven we het op. We parkeerden de auto aan de voet van de heuvel met de burcht en liepen het wandelpad op. Terwijl de minder sportieve helft boven bij de burcht stond uit te hijgen, geleund tegen de muren van het indrukwekkende kasteel, ontdekte de sportieve helft aan de andere kant van de burcht toch een weg. En er reden auto’s op. We hebben nooit ontdekt hoe die auto’s daar gekomen waren. Maar die mensen hadden een mooi wandeltochtje gemist.

 

120 woorden verhalen

Dankzij de website www.120w.nl ben ik verhalen van 120 woorden gaan schrijven. Heel leuk, omdat je van elk woord moet bedenken of het wel echt nodig is. Je gaat in de eerste versie altijd over het woordenaantal heen, waarna je woorden moet schrappen.

Hieronder de links naar drie van mijn 120-woorden-verhalen:

Tien minuten
Om tien voor acht loop ik het restaurant binnen. De afspraak is om acht uur, maar ik ben altijd tien minuten vroeger…

Kans van je leven
‘Kijk nou!’ ‘Wat?’ ‘Er ligt een telefoon op het dak van die auto.’ ‘Hij gaat over!’ ‘Zal ik ‘m opnemen?’ …

Ruimtegebrek
‘Oh nee hè!’ ‘Wat is er mamma?’ ‘Ons huis is weg! Ongelofelijk dat we net vandaag aan de beurt zijn!’ …

 

Voortaan zijn mijn 5 meest recente 120 woorden verhalen ook te vinden in de rechterkolom hiernaast, onder het kopje ‘120 woorden verhalen’. Een overzicht van al mijn 120 woorden verhalen vind je hier.

 

 

Er was eens inspiratie

(Met deze inzending won ik de tweede prijs in de schrijfwedstrijd ‘1% inspiratie’. Zie mijn eerdere blog voor de wedstrijd en het jurycommentaar.)

‘Waarom begin je niet gewoon?’
‘Wat?’
‘Waarom begin je niet gewoon te schrijven?’
‘Hoe bedoel je?’
‘Je zit nu al een kwartier naar een leeg scherm te staren en met je pen te tikken. Je bent al drie keer naar de keuken gelopen. Je hebt zelfs de spulletjes op je bureau in rechte hoeken gelegd!’
‘Ik heb graag een opgeruimde werkomgeving…’
‘En je hebt al vier keer je e-mail gecheckt.’
‘Nou, ik keek even of…’
‘…en de nieuwspagina ververst.’
‘Er kan toch nieuws zijn…’
‘En waarom trok je zomaar een paar willekeurige boeken uit de kast? Je hebt ze amper opengeslagen en meteen weer teruggezet. Dat slaat echt nergens op!’
‘Ja zeg! Ik moet toch ergens inspiratie vandaan halen? Denk je dat dat zomaar uit de lucht komt vallen?’
‘Inspiratie… Ja ja. Dat ga je zeker vinden in de keuken? Of in je e-mail?’
‘Kan toch…’
‘Wat dacht je van gewoon beginnen?’
‘Zeg, zo eenvoudig is dat dus niet, hè? Als het zo makkelijk was, zou iedereen wel schrijver zijn.’
‘Volgens mij is het wel zo eenvoudig. Wat moet je schrijven?’
‘Een sprookje. Het is heel lastig om…’
‘Een sprookje! Nou, da’s makkelijk, dan begin je dus gewoon met “Er was eens”.’
‘Ha ha, erg grappig, hoor.’
‘Ik maak geen grapje. Kijk naar dat lege scherm. Het zou wel helpen als je daarmee begon.’
‘Nee, dat helpt niet! Dan heb ik precies drie woorden, dat schiet niet op. Ik moet morgen 2000 woorden hebben!’
‘Echt, begin daar gewoon mee, dan komt er vanzelf meer. Kijk maar: er was eens… een prinses die hoog in een toren woonde…’
‘Wat een cliché! Nou, bedankt voor je inspiratie hoor. Wil je me nu met rust laten?’
‘Al goed, ik laat je wel naar je lege scherm staren. Ik zal nog een kopje thee maken.’

*

‘Alsjeblieft, een vers kopje thee. Hé, je zit te typen! Wat goed, je hebt inspiratie gevonden! En waar heb je het gevonden?’
‘Gaat je niks aan.’
‘Kom op. Laat eens lezen. “Er was eens een prinses…” Goh, hoe ben je daar op gekomen?’
‘Hou je kop, ik schrijf!’

CPC

‘Hij is actief vandaag!’ lacht Roy.
‘Of zij!’ zegt Sandra meteen. Ze legt haar hand op die van Roy op haar bolle buik. ‘Ze heeft het druk,’ zegt ze. Met een verliefde glimlach kijkt ze naar haar buik.
‘Morgen 38 weken, dan mag ze komen.’
‘Ik denk dat hij lekker nog een paar weken binnen blijft spelen,’ zegt Roy overtuigd.
Sandra zucht. Allemaal heel mooi, maar het wordt wel zwaar ondertussen. Ze zou het helemaal niet erg vinden als het kindje morgen al komt.

‘Oh ja, Mark en Judith willen zondag komen lunchen. Is wel gezellig toch?’
Roy knikt vaag. Dan zegt hij ineens: ‘aanstaande zondag?’ Hij richt de afstandsbediening op de tv en zet het geluid zachter.
‘Ja, hebben we dan al iets?’ vraagt Sandra verbaasd.
‘Dan is de CPC!’
‘De CPC?’
‘De City-Pier-City loop.’
‘Ja, ik weet wel wat de CPC is,’ snauwt Sandra. ‘Je gaat toch niet lopen?’
‘Tuurlijk wel, doe ik toch elk jaar?’
‘Maar wat nou als ik dan moet bevallen?’
‘Nou, als je dan aan het bevallen bent, ga ik natuurlijk niet, hè?’ lacht Roy.
‘Maar het kan toch net beginnen terwijl jij aan het lopen ben! Dan kan ik je niet bereiken. Wat moet ik dan?’ Sandra is op het puntje van de bank gaan zitten. Haar gezicht loopt rood aan.
‘Rustig maar,’ sust Roy. ‘Zo’n vaart zal het allemaal niet lopen. We zorgen wel dat er iemand stand-by staat, je zus bijvoorbeeld. En ik ben meteen na de halve marathon weer thuis. Niks aan de hand. Zou wel heel toevallig zijn als je net zou bevallen terwijl ik van start ga, hè? Maak je nou maar geen zorgen.’
Hij zet het geluid van de tv weer wat harder. Sandra had al haar mond geopend om wat terug te zeggen, maar laat zich toch terugzakken op de bank. Het duurt nog wel even voor haar gezicht weer de normale kleur heeft.
(meer…)

Fragment: Schriftelijk

Chris ploft naast me neer op het stenen muurtje waar ik van de ondergaande zon zit te genieten.
‘Hou je ook een dagverslag bij?’ vraagt hij.
‘Ja,’ lieg ik. Hij slaat zijn keurige schrijfmap met leren kaft open op zijn schoot. Ik probeer mijn gehavende schrift aan het oog te onttrekken door mijn hand erop te leggen, maar het is al te laat.
‘Die heeft al meer vakanties meegemaakt,’ zegt Chris opgewekt.
‘Ja,’ lieg ik nog maar eens. Hij moest eens weten.
Chris slaat een bladzijde van zijn schrijfblok om en begint te schrijven. Na een halve bladzijde kijkt hij op en vraagt: ‘hoe heette dat dorpje waar we vanmiddag voor de lunch stopten ook alweer?’
Ik haal mijn schouders op.
‘Staat het niet in je verslag?’ vraagt hij met een blik op mijn schriftje.
‘Uhm, nee. Ik schrijf niet veel details op.’
Het wordt mij wat heet onder de voeten hier. Ik mompel een excuus en loop weg om ergens anders te gaan zitten.

De volgende middag zit ik in de schaduw van een grote boom weer in mijn schriftje te schrijven. Ik heb net een uitgebreide klaagzang over onze overenthousiaste reisleidster geschreven. Nu is het de beurt aan Chris, de iets te opgewekte en iets te nieuwsgierige reisgenoot, die altijd ongevraagd bij me komt zitten. Op het moment dat ik zijn naam bovenaan een bladzijde schrijf, ploft er iemand naast me neer. Ik sla snel het schrift dicht.
Chris kijkt me met half dichtgeknepen ogen aan. Ik probeer een onschuldige glimlach te produceren.
‘Zag ik mijn naam staan?’ vraagt hij beschuldigend.
Ik kan het moeilijk nog ontkennen. ‘Kan wel,’ ik probeer luchtig te klinken. ‘Je komt natuurlijk ook in mijn dagverslag voor.’
‘Waarom stond mijn naam dan bovenaan een nieuwe bladzijde?’
Ik voel mijn hersenen bijna kraken terwijl ik een antwoord probeer te bedenken.
‘Schrijf je over mij?’
Zal ik ontkennen? Toegeven? Heb ik een ander goed verhaal?
‘Je schrijft over iedereen, hè?’
Hij heeft me door!
‘Die scheuren in de kaft zijn niet van het vele gebruik, hè?’
Ik voel mijn wangen gloeien en schud mijn hoofd. Ik pak het schrift wat steviger vast. Precies op het moment dat ik het verwacht, schieten zijn handen naar voren. Hij grijpt het schrift, maar ik heb het stevig vast en zijn handen glijden er weer vanaf. Er scheurt nog een hoekje van de kaft af.