Column

Pashokje

Ik ben net een pashokje binnengestapt als ik aan de andere kant van het gordijntje hoor: ‘Mag ik u wat vragen?’
Vertwijfeld schuif ik mijn gordijntje weer open. Ja, het is aan mij gericht.
‘Is deze broek te strak?’ vraagt een vrouw die uit het hokje naast me is gestapt om een veel te strakke broek in de grote spiegel te bekijken. Het is zo’n broek die aan de onderkant smal toeloopt, daar heb ik toch al een hekel aan. Het is eigenlijk een soort legging. Ik vind vrouwen al gauw te oud en/of te dik om een legging te dragen. Ik zou het zelf nooit doen. Maar ik draag zelf sowieso nooit iets anders dan een blauwe, wijd-uitlopende spijkerbroek. Waarom denkt deze vrouw eigenlijk dat het een goed idee is om aan mij advies te vragen?

Ze heeft mijn gedachten blijkbaar gelezen, want ze legt uit: ‘Jij bent jong. Wat vind je?’
Aha, dat is het, ik ben jong. Het is waar, ik ben zeker een stuk jonger dan zij. Maar ik heb niet de kledingsmaak van jonge mensen. Ik winkel bij C&A en eigenlijk nergens anders.

Ik probeer een diplomatiek antwoord: ‘Nou, als ie lekker zit…?’
‘Ja, hierboven zit ie goed. Als ik een maat groter neem, zit ie hier raar. Maar hier onderaan…’ ratelt ze door. Ik knik nog eens en mompel nog een paar keer dat ik het met haar eens ben, totdat ik met goed fatsoen weer in mijn hokje kan verdwijnen.

Ik heb het gordijn nog geen 10 seconden dicht of ik hoor haar aan een andere onfortuinlijke passant om advies vragen. Eerlijk gezegd: ik voel me toch een beetje minder bijzonder. Blijkbaar maakt het haar niks uit wie haar kleding beoordeelt.

Pas echt geïrriteerd raak ik als ik na het passen langs haar loop en ze gewoon een vriendin bij zich blijkt te hebben, die haar nu – nog steeds over die te strakke broek – advies staat te geven. (‘Die verticale naad zorgt dat ie afkleedt.’ Ha! Ja, hoor. Die vriendin wil ook gewoon naar huis.) Dan hoef je toch geen onschuldige vreemden lastig te vallen?

Zou die vrouw ook in de supermarkt aan mede-winkelaars vragen welk merk wasmiddel ze aanraden? In de rij voor de pinautomaat overleggen hoeveel geld ze op zal nemen? Jeetje, je zal haar in de wachtkamer bij de dokter tegenkomen!

 

Paralympisch tv kijken

Olympische RingenDe Paralympische Spelen zijn begonnen en ik kijk echt alles! Dat betekent elke avond een samenvatting. In tegenstelling tot de Olympische Spelen wordt er maar weinig uitgezonden op de Nederlandse televisie. Live verslagen zijn er helemaal niet. Aan het eind van de dag is er een kort praatprogramma met een onbekende presentator. Waar is Mart Smeets? En ’s avonds laat volgt er nog een samenvatting van de Nederlandse prestaties van de dag. En dat zijn nogal een prestaties!

Elke avond kunnen we er weer een paar medailles bijschrijven, want we zijn hartstikke goed. Net als bij de Olympische Spelen blinkt Nederland uit in zwemmen. Maar op Paralympisch niveau zijn we ook ijzersterk in tennis. We hebben een grote delegatie rolstoeltennissers, die het hele podium oranje kleuren.

Het beetje tennis dat wel wordt uitgezonden, zorgt er gek genoeg voor dat de kijker zich slechtziend voelt. De belichting is zo slecht geregeld dat de ballen dezelfde kleur hebben als het veld, waardoor je steeds moet raden waar de bal is, op basis van de beweging van de spelers. Zou dat zijn om medeleven te kweken? Origineel idee, maar slechte uitvoering. Er zijn namelijk veel slechtziende Paralympiërs, maar niet op de tennisbaan!

Onder de rolstoeltennissers is natuurlijk ook het ‘Paralympisch gezicht’ Esther Vergeer. Zij is een soort reclamebord voor de Paralympische sport. Maar blijkbaar werkt deze reclame toch niet goed genoeg. Er blijft weinig interesse voor de Paralympische Spelen, dus wordt er weinig van op tv uitgezonden. Of is er weinig interesse omdát er weinig wordt uitgezonden?

Olympisch tv kijken

Olympische RingenDe olympische spelen zijn begonnen en ik kijk echt alles! Turnen, zwemmen, zeilen, roeien, hockey. Als dammen een olympische sport zou zijn, zou ik het ook kijken. Dit zijn droomweken voor een echte sportfanaat. Dat ben ik trouwens niet. Ik kijk nooit sport. De voetbalcompetitie gaat het hele jaar compleet langs me heen. Wat er verder aan sport wordt uitgezonden weet ik niet, want ik kijk het niet. De enige sport die me normaal gesproken interesseert is handbal. En dan niet op tv – daar is het ook zelden te vinden – maar gewoon bij mijn eigen team, het laagste team van de lokale handbalvereniging.

Alleen als er olympische spelen zijn, ben ik ineens een sportliefhebber. Het is ook zo mooi. Topprestaties, teleurstellingen, emoties, tranen. Schitterend! Al die sporters die vier jaar getraind hebben met niets anders in gedachten dan dit toernooi. En die dan met een verschil van een honderdste seconde naast de medailles grijpen. Of natuurlijk als onbekende outsider in één keer op het podium belanden.

Maar allemaal, de helden en de stumpers, mogen ze dan aan het eind van de dag aan tafel zitten bij Mart Smeets. De beste man is al een paar jaar bezig om met pensioen te gaan, maar bij elk sportevenement wordt hij toch weer aan een tafel gezet. Logisch ook; waar gaat de omroep een nieuwe Mart Smeets vinden? Nergens toch! Dus alle sporters, helemaal afgedraaid na een dag op het hoogste niveau presteren, zeggen toch ‘ja’ als ze bij Mart worden uitgenodigd om te bespreken of ze ‘brons hebben gewonnen of goud hebben verloren’.

Ik vind praten over sport nooit interessant, zelfs niet tijdens de olympische spelen. Dus meestal haal ik het einde van Marts programma niet. Maar laatst ontdekte ik hoe het programma elke avond eindigt. Eén van de sporters aan tafel mag de bel luiden. Mart kondigt aan wie de scheepsbel een slinger mag geven alsof het de hoogste eer is. Zo’n arme sporter heeft de gedroomde gouden medaille naar zijn grootste concurrent zien gaan, heeft zelf de slechtste race van zijn leven gezwommen/gelopen/geroeid, maar heeft nu deze eer. Dat je toch thuis kan zeggen: ‘ja, inderdaad, ik heb de afgelopen vier jaar geïnvesteerd, lag binnen twee minuten uit het toernooi, maar goed, ik heb wel bij Mart Smeets de bel geluid!’

Tante

Binnenkort word ik tante. Er is me niets gevraagd, maar dat wordt je gewoon in de schoot geworpen. Voor moeder worden kun je tot op zekere hoogte nog kiezen, maar tegen tante worden bestaat geen pil.
 
Daar sta ik dan straks met een krijsende baby in m’n armen. Ineens wordt er verwacht dat ik weet wat te doen. Het is tenslotte m’n eigen neefje of nichtje toch? Zal ik opeens spijt hebben dat ik als vijftienjarige nooit heb bijverdiend als oppas. En al die keren dat ik op kraamvisite ben geweest; had ik niet af en toe ‘ja’ moeten zeggen op de vraag ‘wil je de baby even vasthouden?’
 
Het grote voordeel van tante zijn is natuurlijk dat je alleen leuke dingen doet. En als het kind vervelend wordt, geef je het meteen weer terug aan de ouders. Die mogen dan ook meteen weer jouw opvoedkundige blunders recht zetten.
 
Zij betalen de extra hoge tandartsrekening veroorzaakt door al het snoep dat het kind van jou krijgt. Zij horen het gejengel aan over hoe oneerlijk het is dat hij thuis niet zoveel tv mag kijken als bij tante. En als hij iets wil hebben, verwacht hij toch een beetje dat hij dat meteen cadeau krijgt.
 
Nou kunnen de kersverse ouders daar wel over gaan klagen, maar ze kijken wel uit, want volgende week hebben ze weer een gratis oppas nodig.
 

Vakantiefoto’s

Ik ben laatst op vakantie geweest. Zoals dat gaat na een vakantie ben ik meteen weer bezig met m’n werk. En de was moet gedaan worden. En mijn mailbox loopt over van e-mails die ik moet beantwoorden. Binnen een dag ben ik de vakantiestemming kwijt. Maar gelukkig hebben we de foto’s nog!

Met de komst van de digitale fototoestellen is ook een nieuwe mentaliteit ontstaan bij het nemen van foto’s. We nemen overal een foto of tien, zodat we achteraf de beste uit kunnen zoeken. We roepen altijd ‘je kan ze toch weer wissen’. Alleen dat doen we nooit. Ik ben vier dagen op vakantie geweest; ik heb 183 foto’s mee terug gebracht! Het zijn zoveel foto’s dat ik gewoon niet weet waar ik moet beginnen.

Er zijn vijf vrijwel identieke foto’s van een bekend gebouw. Ik zou er vier van moeten wissen, maar hoe kies je welke het beste is? Op deze foto is de lucht mooier, maar op die foto staat die voorbijganger niet in beeld. Ja hoor, ik sla aan het fotoshoppen. Ik combineer de vijf foto’s tot de perfecte foto van het gebouw waarvan ik de naam alweer vergeten ben.

Het is inmiddels twee uur later en ik heb pas vier foto’s minder. Of eigenlijk 1 foto meer, want ik heb de nieuwe foto opgeslagen, maar geen van de originele vijf gewist. Ik maak een nieuw mapje met foto’s die ik ga afdrukken en zet daar de gefotoshopte foto in.

Twee weken later heb ik het mapje compleet. Ik heb uit alle vakantiefoto’s de mooiste geselecteerd en waar nodig bewerkt. Wat nu? Ik heb de keuze een tijdje uitgesteld, maar nu kan ik er echt niet meer omheen. Laat ik de foto’s afdrukken en plak ik ze zelf in een boek? Of maak ik een digitaal fotoalbum, zodat het gedrukt en wel naar me opgestuurd wordt? Na veel wikken en wegen, kies ik voor de ouderwetse methode, omdat ik dan alle gespaarde bonnetjes, toegangskaartjes en plattegrondjes erbij kan plakken.

We zijn inmiddels weer een week verder als ik de foto’s in mijn brievenbus vind. En weer een week verder als ik eindelijk een fotoboek heb gekocht. Oh ja, en foto-plakkertjes. Had ik niet ergens een papiersnijmachine? Hoe heette dat gebouw nou toch?

Het is nu drie maanden geleden dat ik vier dagen op vakantie ben geweest. Dag 1 is al ingeplakt. Ik ben nog steeds moed aan het verzamelen voor dag 2. Had ik maar niet zoveel foto’s gemaakt. Ik ben wel weer aan vakantie toe.

 

Koninginnedag

Het is weer bijna zover. Op 30 april vieren we de verjaardag van de koningin. Of eigenlijk de verjaardag van de moeder van de koningin. Koningin Beatrix is zelf op 31 januari jarig, maar omdat het in april beter weer is, vieren we dan Koninginnedag. Dat lijkt een goed idee, maar herinnert iemand zich nog de beelden van Koninginnedag in Wemeldinge vorig jaar? Paraplu’s en natte pakken. De regen kwam de hele dag met bakken uit de hemel! En drie maanden daarvoor, op 30 januari, was het droog met een stralend zonnetje.

Er wordt al druk gespeculeerd over Koninginnedag als Willem-Alexander straks koning is. Wordt Koninginnedag dan vervangen door Koningsdag op 27 april? Dat klinkt niet echt lekker. Of houden we gewoon Koninginnedag zoals het is? Dan vieren we straks de verjaardag van de oma van de koning. Slaat ook nergens op. Nee, ik heb de oplossing bedacht. Als Willem-Alexander straks koning is, is Maxima toch een soort van koningin. Laten we gewoon Koninginnedag vieren op 17 mei, de verjaardag van Maxima. Half mei, dus nog meer kans op goed weer. En toevallig is 17 mei ook mijn verjaardag. Dus voortaan op mijn verjaardag een vrije dag, overal de vlag uit, vrijmarkten, straatspelen, optredens. Ik vind het een goed idee!