Koninginnedag

Het is weer bijna zover. Op 30 april vieren we de verjaardag van de koningin. Of eigenlijk de verjaardag van de moeder van de koningin. Koningin Beatrix is zelf op 31 januari jarig, maar omdat het in april beter weer is, vieren we dan Koninginnedag. Dat lijkt een goed idee, maar herinnert iemand zich nog de beelden van Koninginnedag in Wemeldinge vorig jaar? Paraplu’s en natte pakken. De regen kwam de hele dag met bakken uit de hemel! En drie maanden daarvoor, op 30 januari, was het droog met een stralend zonnetje.

Er wordt al druk gespeculeerd over Koninginnedag als Willem-Alexander straks koning is. Wordt Koninginnedag dan vervangen door Koningsdag op 27 april? Dat klinkt niet echt lekker. Of houden we gewoon Koninginnedag zoals het is? Dan vieren we straks de verjaardag van de oma van de koning. Slaat ook nergens op. Nee, ik heb de oplossing bedacht. Als Willem-Alexander straks koning is, is Maxima toch een soort van koningin. Laten we gewoon Koninginnedag vieren op 17 mei, de verjaardag van Maxima. Half mei, dus nog meer kans op goed weer. En toevallig is 17 mei ook mijn verjaardag. Dus voortaan op mijn verjaardag een vrije dag, overal de vlag uit, vrijmarkten, straatspelen, optredens. Ik vind het een goed idee!

Fragment: Schriftelijk

Chris ploft naast me neer op het stenen muurtje waar ik van de ondergaande zon zit te genieten.
‘Hou je ook een dagverslag bij?’ vraagt hij.
‘Ja,’ lieg ik. Hij slaat zijn keurige schrijfmap met leren kaft open op zijn schoot. Ik probeer mijn gehavende schrift aan het oog te onttrekken door mijn hand erop te leggen, maar het is al te laat.
‘Die heeft al meer vakanties meegemaakt,’ zegt Chris opgewekt.
‘Ja,’ lieg ik nog maar eens. Hij moest eens weten.
Chris slaat een bladzijde van zijn schrijfblok om en begint te schrijven. Na een halve bladzijde kijkt hij op en vraagt: ‘hoe heette dat dorpje waar we vanmiddag voor de lunch stopten ook alweer?’
Ik haal mijn schouders op.
‘Staat het niet in je verslag?’ vraagt hij met een blik op mijn schriftje.
‘Uhm, nee. Ik schrijf niet veel details op.’
Het wordt mij wat heet onder de voeten hier. Ik mompel een excuus en loop weg om ergens anders te gaan zitten.

De volgende middag zit ik in de schaduw van een grote boom weer in mijn schriftje te schrijven. Ik heb net een uitgebreide klaagzang over onze overenthousiaste reisleidster geschreven. Nu is het de beurt aan Chris, de iets te opgewekte en iets te nieuwsgierige reisgenoot, die altijd ongevraagd bij me komt zitten. Op het moment dat ik zijn naam bovenaan een bladzijde schrijf, ploft er iemand naast me neer. Ik sla snel het schrift dicht.
Chris kijkt me met half dichtgeknepen ogen aan. Ik probeer een onschuldige glimlach te produceren.
‘Zag ik mijn naam staan?’ vraagt hij beschuldigend.
Ik kan het moeilijk nog ontkennen. ‘Kan wel,’ ik probeer luchtig te klinken. ‘Je komt natuurlijk ook in mijn dagverslag voor.’
‘Waarom stond mijn naam dan bovenaan een nieuwe bladzijde?’
Ik voel mijn hersenen bijna kraken terwijl ik een antwoord probeer te bedenken.
‘Schrijf je over mij?’
Zal ik ontkennen? Toegeven? Heb ik een ander goed verhaal?
‘Je schrijft over iedereen, hè?’
Hij heeft me door!
‘Die scheuren in de kaft zijn niet van het vele gebruik, hè?’
Ik voel mijn wangen gloeien en schud mijn hoofd. Ik pak het schrift wat steviger vast. Precies op het moment dat ik het verwacht, schieten zijn handen naar voren. Hij grijpt het schrift, maar ik heb het stevig vast en zijn handen glijden er weer vanaf. Er scheurt nog een hoekje van de kaft af.

 

De zeven dwergen en Sneeuwwitje

Er was eens een klein huisje, midden in het bos. In dat huisje woonden de zeven dwergen: Doc, Grumpie, Stoetel, Giechel, Niezel, Dommel en Bloosje. Op een avond, als het werk er weer op zit, zitten ze allemaal bij elkaar in de eetkamer. Grumpie kijkt uit het raam van het huisje.
‘Het is toch niet eerlijk?’ zegt hij tegen niemand in het bijzonder. Doc, die net vlak achter hem langs door de eetkamer loopt met zijn handen vol haardhout, is de enige die hem hoort. De andere dwergen zitten ook in de kamer, maar Niezel moest net niezen op het moment dat Grumpie sprak. Doc legt het hout neer en gaat naast Grumpie voor het raam staan.
‘Wat is niet eerlijk?’ vraagt hij, al weet hij eigenlijk al waar Grumpie het over heeft.
‘Sneeuwwitje, pardon, ik bedoel Prinses Sneeuwwitje, Hare Koninklijke Hoogheid,’ zegt Grumpie overdreven.
‘Grump! Zo praat je toch niet over onze lieve Sneeuwwitje. Ben je soms vergeten wat ze allemaal voor ons gedaan heeft?’
‘Nee hoor, maar zij is wel vergeten wat wij allemaal voor haar hebben gedaan, hè?’
(meer…)

Op zoek naar Anna

Met twee handen wrijft Maarten de slaap uit zijn ogen. Meteen komen de gebeurtenissen van gisteravond weer boven. Waarom was het toch weer misgegaan? Hij had echt gedacht dat het deze keer anders was.
Toen hij Sabine leerde kennen, dacht hij dat alles anders zou zijn. Zijn vorige twee relaties waren ook al na een maand gestrand. En al wil Maarten het niet graag toegeven, hij weet wel dat het beide keren om dezelfde reden was misgegaan. Nu kan hij nog steeds niet geloven dat hij het weer heeft laten gebeuren. Weer heeft hij een leuke relatie met een geweldige vrouw mis laten lopen om diezelfde stomme reden: Ze is niet Anna.
Met een bak sterke koffie loopt Maarten door de huiskamer. Hij kijkt uit het raam naar de appartementen aan de overkant van de straat. Alleen linksonder brandt al een licht. Een man en een vrouw zitten samen aan tafel te ontbijten. Maarten zucht en loopt weg van het raam. Hoe was het toch weer zover gekomen?

(meer…)