Paralympisch tv kijken

Olympische RingenDe Paralympische Spelen zijn begonnen en ik kijk echt alles! Dat betekent elke avond een samenvatting. In tegenstelling tot de Olympische Spelen wordt er maar weinig uitgezonden op de Nederlandse televisie. Live verslagen zijn er helemaal niet. Aan het eind van de dag is er een kort praatprogramma met een onbekende presentator. Waar is Mart Smeets? En ’s avonds laat volgt er nog een samenvatting van de Nederlandse prestaties van de dag. En dat zijn nogal een prestaties!

Elke avond kunnen we er weer een paar medailles bijschrijven, want we zijn hartstikke goed. Net als bij de Olympische Spelen blinkt Nederland uit in zwemmen. Maar op Paralympisch niveau zijn we ook ijzersterk in tennis. We hebben een grote delegatie rolstoeltennissers, die het hele podium oranje kleuren.

Het beetje tennis dat wel wordt uitgezonden, zorgt er gek genoeg voor dat de kijker zich slechtziend voelt. De belichting is zo slecht geregeld dat de ballen dezelfde kleur hebben als het veld, waardoor je steeds moet raden waar de bal is, op basis van de beweging van de spelers. Zou dat zijn om medeleven te kweken? Origineel idee, maar slechte uitvoering. Er zijn namelijk veel slechtziende Paralympiërs, maar niet op de tennisbaan!

Onder de rolstoeltennissers is natuurlijk ook het ‘Paralympisch gezicht’ Esther Vergeer. Zij is een soort reclamebord voor de Paralympische sport. Maar blijkbaar werkt deze reclame toch niet goed genoeg. Er blijft weinig interesse voor de Paralympische Spelen, dus wordt er weinig van op tv uitgezonden. Of is er weinig interesse omdát er weinig wordt uitgezonden?

Schrijfworkshops

Omdat ik na een week op reis nog een weekje vakantie had, leek het mij leuk om een paar schrijfworkshops te volgen. Via het internet – vooral het schrijfactiviteiten overzicht van schrijvenonline – had ik al snel twee geschikte mogelijkheden gevonden. Een beetje uit de buurt, maar in de vakantie vind ik dat geen enkel probleem.

Een nieuw begin
Dus reed ik op woensdagavond naar Utrecht voor de workshop Een Nieuw Begin van Betoverend Schrijven. In de huiskamer van Judy Koot gingen we met drie cursisten aan de slag met beginzinnen. Om in te komen kregen we eerst van Judy een beginzin, met de opdracht daar in 10 minuten een stuk op door te schrijven. Natuurlijk moesten de verhaaltjes voorgelezen worden. Altijd leuk hoe we met dezelfde beginzin op heel verschillende sporen raken.

Daarna waren we zelf aan de beurt om beginzinnen te bedenken. De opdracht om ieder 10 beginzinnen te bedenken, leverde leuke verrassingen op.
Mijn beste beginzinnen:
‘Als ik van tevoren had geweten dat de prins op het witte paard zo’n grote mond had, had ik mezelf wel gered.’
‘We hadden al op het podium moeten staan, maar we stonden ineens in heel andere spotlights.’

Natuurlijk moesten die meteen in gebruik genomen worden. Ondertussen gaven we elkaar feedback door een aantal plus- en minpunten te noemen van elkaars teksten.
Al met al een ontspannen avondje de schrijfspieren losmaken, met een aantal goede beginnetjes als resultaat mee naar huis.

Schrijftour Amsterdam
Op zondagochtend vroeg op het Centraal Station vraag ik me toch heel even af waar ik aan begonnen ben. Maar Janneke Jonkman van de Schrijftuin zet mij en de andere vier cursisten meteen al aan het werk op het pontje over het IJ. We schrijven tijdens de overvaart al ons eerste tekstje. Aan de overkant delen we onze teksten en geven ieder een geschreven complimentje aan elkaar.

We bezoeken een aantal bijzondere gebouwen en plekken rond het IJ en het CS. Dat brengt bij iedereen verrassende ideeën en herinneringen boven. De uiteenlopende karakters zorgen voor net zo uiteenlopende teksten. Zelfs het museum met kunstwerken die bepaald niet mijn stijl zijn, levert toch een komisch gedicht op.

Voor ik het weet is het 4 uur en drinken we nog een laatste drankje ten afscheid. Ik neem een paar goede verhaal-starten en een stapel complimentjes mee naar huis.

Geen slechte manier om mijn vakantie af te sluiten.

Olympisch tv kijken

Olympische RingenDe olympische spelen zijn begonnen en ik kijk echt alles! Turnen, zwemmen, zeilen, roeien, hockey. Als dammen een olympische sport zou zijn, zou ik het ook kijken. Dit zijn droomweken voor een echte sportfanaat. Dat ben ik trouwens niet. Ik kijk nooit sport. De voetbalcompetitie gaat het hele jaar compleet langs me heen. Wat er verder aan sport wordt uitgezonden weet ik niet, want ik kijk het niet. De enige sport die me normaal gesproken interesseert is handbal. En dan niet op tv – daar is het ook zelden te vinden – maar gewoon bij mijn eigen team, het laagste team van de lokale handbalvereniging.

Alleen als er olympische spelen zijn, ben ik ineens een sportliefhebber. Het is ook zo mooi. Topprestaties, teleurstellingen, emoties, tranen. Schitterend! Al die sporters die vier jaar getraind hebben met niets anders in gedachten dan dit toernooi. En die dan met een verschil van een honderdste seconde naast de medailles grijpen. Of natuurlijk als onbekende outsider in één keer op het podium belanden.

Maar allemaal, de helden en de stumpers, mogen ze dan aan het eind van de dag aan tafel zitten bij Mart Smeets. De beste man is al een paar jaar bezig om met pensioen te gaan, maar bij elk sportevenement wordt hij toch weer aan een tafel gezet. Logisch ook; waar gaat de omroep een nieuwe Mart Smeets vinden? Nergens toch! Dus alle sporters, helemaal afgedraaid na een dag op het hoogste niveau presteren, zeggen toch ‘ja’ als ze bij Mart worden uitgenodigd om te bespreken of ze ‘brons hebben gewonnen of goud hebben verloren’.

Ik vind praten over sport nooit interessant, zelfs niet tijdens de olympische spelen. Dus meestal haal ik het einde van Marts programma niet. Maar laatst ontdekte ik hoe het programma elke avond eindigt. Eén van de sporters aan tafel mag de bel luiden. Mart kondigt aan wie de scheepsbel een slinger mag geven alsof het de hoogste eer is. Zo’n arme sporter heeft de gedroomde gouden medaille naar zijn grootste concurrent zien gaan, heeft zelf de slechtste race van zijn leven gezwommen/gelopen/geroeid, maar heeft nu deze eer. Dat je toch thuis kan zeggen: ‘ja, inderdaad, ik heb de afgelopen vier jaar geïnvesteerd, lag binnen twee minuten uit het toernooi, maar goed, ik heb wel bij Mart Smeets de bel geluid!’

Tante

Binnenkort word ik tante. Er is me niets gevraagd, maar dat wordt je gewoon in de schoot geworpen. Voor moeder worden kun je tot op zekere hoogte nog kiezen, maar tegen tante worden bestaat geen pil.
 
Daar sta ik dan straks met een krijsende baby in m’n armen. Ineens wordt er verwacht dat ik weet wat te doen. Het is tenslotte m’n eigen neefje of nichtje toch? Zal ik opeens spijt hebben dat ik als vijftienjarige nooit heb bijverdiend als oppas. En al die keren dat ik op kraamvisite ben geweest; had ik niet af en toe ‘ja’ moeten zeggen op de vraag ‘wil je de baby even vasthouden?’
 
Het grote voordeel van tante zijn is natuurlijk dat je alleen leuke dingen doet. En als het kind vervelend wordt, geef je het meteen weer terug aan de ouders. Die mogen dan ook meteen weer jouw opvoedkundige blunders recht zetten.
 
Zij betalen de extra hoge tandartsrekening veroorzaakt door al het snoep dat het kind van jou krijgt. Zij horen het gejengel aan over hoe oneerlijk het is dat hij thuis niet zoveel tv mag kijken als bij tante. En als hij iets wil hebben, verwacht hij toch een beetje dat hij dat meteen cadeau krijgt.
 
Nou kunnen de kersverse ouders daar wel over gaan klagen, maar ze kijken wel uit, want volgende week hebben ze weer een gratis oppas nodig.
 

CPC

‘Hij is actief vandaag!’ lacht Roy.
‘Of zij!’ zegt Sandra meteen. Ze legt haar hand op die van Roy op haar bolle buik. ‘Ze heeft het druk,’ zegt ze. Met een verliefde glimlach kijkt ze naar haar buik.
‘Morgen 38 weken, dan mag ze komen.’
‘Ik denk dat hij lekker nog een paar weken binnen blijft spelen,’ zegt Roy overtuigd.
Sandra zucht. Allemaal heel mooi, maar het wordt wel zwaar ondertussen. Ze zou het helemaal niet erg vinden als het kindje morgen al komt.

‘Oh ja, Mark en Judith willen zondag komen lunchen. Is wel gezellig toch?’
Roy knikt vaag. Dan zegt hij ineens: ‘aanstaande zondag?’ Hij richt de afstandsbediening op de tv en zet het geluid zachter.
‘Ja, hebben we dan al iets?’ vraagt Sandra verbaasd.
‘Dan is de CPC!’
‘De CPC?’
‘De City-Pier-City loop.’
‘Ja, ik weet wel wat de CPC is,’ snauwt Sandra. ‘Je gaat toch niet lopen?’
‘Tuurlijk wel, doe ik toch elk jaar?’
‘Maar wat nou als ik dan moet bevallen?’
‘Nou, als je dan aan het bevallen bent, ga ik natuurlijk niet, hè?’ lacht Roy.
‘Maar het kan toch net beginnen terwijl jij aan het lopen ben! Dan kan ik je niet bereiken. Wat moet ik dan?’ Sandra is op het puntje van de bank gaan zitten. Haar gezicht loopt rood aan.
‘Rustig maar,’ sust Roy. ‘Zo’n vaart zal het allemaal niet lopen. We zorgen wel dat er iemand stand-by staat, je zus bijvoorbeeld. En ik ben meteen na de halve marathon weer thuis. Niks aan de hand. Zou wel heel toevallig zijn als je net zou bevallen terwijl ik van start ga, hè? Maak je nou maar geen zorgen.’
Hij zet het geluid van de tv weer wat harder. Sandra had al haar mond geopend om wat terug te zeggen, maar laat zich toch terugzakken op de bank. Het duurt nog wel even voor haar gezicht weer de normale kleur heeft.
(meer…)

Vakantiefoto’s

Ik ben laatst op vakantie geweest. Zoals dat gaat na een vakantie ben ik meteen weer bezig met m’n werk. En de was moet gedaan worden. En mijn mailbox loopt over van e-mails die ik moet beantwoorden. Binnen een dag ben ik de vakantiestemming kwijt. Maar gelukkig hebben we de foto’s nog!

Met de komst van de digitale fototoestellen is ook een nieuwe mentaliteit ontstaan bij het nemen van foto’s. We nemen overal een foto of tien, zodat we achteraf de beste uit kunnen zoeken. We roepen altijd ‘je kan ze toch weer wissen’. Alleen dat doen we nooit. Ik ben vier dagen op vakantie geweest; ik heb 183 foto’s mee terug gebracht! Het zijn zoveel foto’s dat ik gewoon niet weet waar ik moet beginnen.

Er zijn vijf vrijwel identieke foto’s van een bekend gebouw. Ik zou er vier van moeten wissen, maar hoe kies je welke het beste is? Op deze foto is de lucht mooier, maar op die foto staat die voorbijganger niet in beeld. Ja hoor, ik sla aan het fotoshoppen. Ik combineer de vijf foto’s tot de perfecte foto van het gebouw waarvan ik de naam alweer vergeten ben.

Het is inmiddels twee uur later en ik heb pas vier foto’s minder. Of eigenlijk 1 foto meer, want ik heb de nieuwe foto opgeslagen, maar geen van de originele vijf gewist. Ik maak een nieuw mapje met foto’s die ik ga afdrukken en zet daar de gefotoshopte foto in.

Twee weken later heb ik het mapje compleet. Ik heb uit alle vakantiefoto’s de mooiste geselecteerd en waar nodig bewerkt. Wat nu? Ik heb de keuze een tijdje uitgesteld, maar nu kan ik er echt niet meer omheen. Laat ik de foto’s afdrukken en plak ik ze zelf in een boek? Of maak ik een digitaal fotoalbum, zodat het gedrukt en wel naar me opgestuurd wordt? Na veel wikken en wegen, kies ik voor de ouderwetse methode, omdat ik dan alle gespaarde bonnetjes, toegangskaartjes en plattegrondjes erbij kan plakken.

We zijn inmiddels weer een week verder als ik de foto’s in mijn brievenbus vind. En weer een week verder als ik eindelijk een fotoboek heb gekocht. Oh ja, en foto-plakkertjes. Had ik niet ergens een papiersnijmachine? Hoe heette dat gebouw nou toch?

Het is nu drie maanden geleden dat ik vier dagen op vakantie ben geweest. Dag 1 is al ingeplakt. Ik ben nog steeds moed aan het verzamelen voor dag 2. Had ik maar niet zoveel foto’s gemaakt. Ik ben wel weer aan vakantie toe.