Lissabon – Berlijn – Naar huis

City2Cities, een internationaal literatuurfestival in Utrecht (20 – 28 april 2013), organiseerde dit jaar een schrijfwedstrijd. De opdracht was een reisverhaal te schrijven. Omdat City2Cities dit jaar in het teken van Lissabon en Berlijn staat, schreef ik een verhaal dat die twee steden verbindt. Omdat mijn verhaal niet tot de 30 genomineerden hoort, kan ik het nu al hier delen.

Naar huis

Na vier weken Afrika was de aankomst in Lissabon tegelijkertijd een cultuurschok en een verademing geweest. Lissabon was ineens weer een moderne, westerse stad. Dat stond in schril contrast met de savanne van Mozambique. Maar wat waren we gelukkig toen we ergens buiten het centrum het plein Largo de São Domingos vonden; een stukje Afrika in Portugal. Vol weemoed dansten we die avond een kizomba, zonder de Angolese dans echt onder de knie te hebben. We aten een garnalen-moqueca en waanden ons nog één avond terug in het eindeloze Afrika.

We hadden in een week nog lang niet genoeg van Lissabon gezien, maar we moesten door. Of eigenlijk terug. Terug naar huis. Dus knikten we nog één keer naar Cristo Rei, het levensgrote Christusbeeld, en keerden het de rug toe.

Stilzwijgend zaten we uit het raampje van de trein naar de Portugese zon te staren. De vrijheid en het avontuur zaten nog in onze schoenen. We waren nog niet klaar om die thuis weer uit te schudden en weer een fatsoenlijk werkend leven op te bouwen. Maar het geld raakte op en we konden niet eeuwig blijven zwerven. Dus zaten we de negen uur lang naar Madrid te mijmeren over banen. Ik merkte dat Tom iets avontuurlijks in zijn nieuwe baan probeerde te stoppen. Mijn idee om reisleidster te worden, sloeg niet aan. Op reis zonder Tom en met een meute zeurende Hollanders… Dan liever weer bij het uitzendbureau aan de slag. En Tom zou weer een baan als accountmanager vinden. Het gewone leven zou wel weer wennen.

De vijftien uur lange reis van Madrid naar Parijs, waar we zo tegenop gezien hadden, vloog voorbij. Ons gemijmer over avontuurlijke banen en internationale buitenkansen was nog even voortgezet, maar nog voor we Valladolid voorbij waren, klonk Toms gesnurk door de coupé. Niet lang daarna was ik zelf ook in onrustige dromen verzonken.


Ik werd pas weer wakker toen Tom paniekerig mijn naam herhaalde, terwijl hij me hardhandig door elkaar schudde. ‘We zijn in Parijs. We moeten er nu uit. NU!’
Nog voordat ik echt wakker was, stond ik op. We grepen al onze spullen en struikelden de trein uit, nog net voordat de deuren dicht gingen. Ik liet een opgeluchte zucht horen, maar Tom ging meteen verder: ‘We hebben maar vijf minuten om over te stappen! Kom!’
Shit, dat was waar. Als we niet op tijd die trein naar Utrecht haalden, moesten we minstens zes uur wachten op de volgende. Dus zette ik mijn tanden op elkaar en rende achter Tom aan. Het perron af, de stationshal door. Tom riep in alle verkeerde talen excuses naar mensen die we omver liepen. We vlogen een ander perron op. Meteen doken we een trein in, terwijl we het sissende geluid van sluitende deuren en een opstartende trein al hoorden. Gehaald! Trots keken Tom en ik elkaar aan. Het laatste stukje van de thuisreis was begonnen.

Ongeveer twintig minuten later veranderde alles. We hadden ons geïnstalleerd en tevreden geconstateerd dat we bij onze haastige overstap niets waren vergeten of verloren. We zaten ons net af te vragen hoelang de reis van Parijs naar Utrecht zou duren, toen de omroeper zijn praatje deed. In het Frans. Maar allebei begrepen we heel goed dat hij als laatste Berlijn zei. Het zou toch niet waar zijn… Snel vroegen we medepassagiers naar de eindbestemming van deze trein en jawel, we waren op weg naar Berlijn!

Tegen de tijd dat we de Belgische grens passeerden, concludeerden we dat het geen zin had om terug te gaan, we moesten maar vanaf Berlijn verder naar huis.

Bij de Duitse grens vroeg Tom: ‘Ben jij wel eens in Berlijn geweest?’ Dat was ik niet. Hij ook niet. We leenden een informatieboekje van een medepassagier.

Niet veel later waren we al verliefd op de stad van vroeger en nu, de stad van ervoor en erna. De stad die ons zou blijven boeien. Ook nu nog, nu we er al achttien jaar wonen en werken. We hebben geleerd dat we voor avontuur niet naar Afrika hoeven te reizen. Nog elke dag vinden we verrassingen in de straten van Berlijn, nu beter bekend als ‘thuis’.