De Verdwenen Huizen van Voorburg

In de Van Duvenvoordelaan in Voorburg springen de huisnummers in één keer van 130 naar 202. Die twee huizen staan stevig tegen elkaar. Er is geen enkele mogelijkheid dat daar ooit een huis – laat staan een hele flat – tussen heeft gepast. Hoe is dit dan ontstaan? Zolang het me niet lukt om de waarheid te achterhalen, kan ik wel een achtergrondverhaal bedenken…

Het is februari 1931. Na een flinke vorstperiode kan er eindelijk weer gebouwd worden. Intussen zijn de huizen aan het begin van de straat al bewoond. Dat deel was af voordat de vorst inviel. De bewoners hebben dus alle tijd gehad om in hun gloednieuwe huizen te trekken. Alleen de bouw van de laatste 34 huizen is door de vorst uitgesteld.

Maurice en zijn ploeg steken de handen flink uit de mouwen, zodat ook de resterende huizen over een paar maanden bewoonbaar zijn. Maar ze zijn nog geen twee uur bezig als Maurice een telefoontje krijgt van de baas. Het geld is op, de bouw wordt stilgelegd.
Ze moeten wachten op nadere instructies, dus halen ze een snack en gaan op het stoeprandje zitten kijken naar het gapende gat. In de huizen aan het begin van de straat zitten enkele mensen lekker aan tafel. De meeste huizen zijn leeg zo midden op de dag, maar de gezellig ingerichte huiskamers zien er uitnodigend uit.

Helemaal aan het andere eind van de straat staat ook een huizenblok. Het pand van de snackbar op de hoek kreeg voorrang, omdat de ondernemer geld moest verdienen. Bovendien vonden de werklui het zelf ook een goed idee als de snackbar alvast kon openen. Dus de snackbar en de twee portieken die daaraan vastzitten, staan al even mooi te glimmen als de hele rij huizen aan het begin van de straat. Alleen daartussenin ligt nog een grote bouwput.

Al snel komt het beslissende telefoontje. De huizen worden niet afgebouwd. Ze zijn niet verkocht en leveren dus geen cent op. ‘De boel opruimen’ is de opdracht.
Maurice staat even beteuterd te kijken naar de puinhoop midden tussen de mooie huizen en portieken. Dan haalt hij zijn schouders op en stapt hij in een werkwagen. Hij tuft naar het begin van de straat, plaatst de shovel voorzichtig tegen de zijgevel van nummer 2 en geeft gas. De banden gieren, de fundering kraakt, maar dan komt het huizenblok in beweging.

Tien minuten later klapt hij tevreden in zijn handen terwijl hij het resultaat bekijkt. De mevrouw op nummer 88, die rustig de krant had zitten lezen, staat hem met open mond aan te kijken. De bewoner van nummer 114 komt naar buiten gerend. ‘Wat doe jij nou?’ schreeuwt hij.
‘Opruimen,’ antwoordt Maurice eenvoudig.
De man kijkt om en ziet de rij huizen keurig tegen de portiekflats aan staan. ‘De hele straat is af,’ zegt hij verbijsterd.
‘Precies.’
Maurice en zijn mannen ruimen de laatste rommel op, pakken hun spullen, waaronder de huisnummerbordjes van 132 tot en met 200, en rijden voldaan naar de volgende klus.

 

 

Wij Hollanders

Ik fietste vandaag langs een huis dat versierd was met rood-wit-blauwe slingers, ballonnen en vlaggen. Doordat ik daar nieuwsgierig naar keek, fietste ik bijna tegen een geparkeerde auto aan, ook helemaal behangen met rood-wit-blauw.

Geschrokken vroeg ik me af of vandaag een Nederlandse feestdag is. Of is er een sportevenement waar ik me niet van bewust ben? Maar nee, niets van dat alles. Het zal gewoon een enthousiaste Nederlander zijn. Of misschien wel een Nieuwe Nederlander die viert dat hij geslaagd is voor zijn inburgeringscursus.

Wat zijn we de laatste tijd trots op ons land. De best scorende tv-programma’s zijn Ik Hou van Holland en The Voice of Holland. Toen de Belgische koning aftrad, wisten we zeker dat hij dat idee van onze koningin had afgekeken. En we stonden allemaal op onze achterste benen toen het Droomboek voor de nieuwe koning niet in Nederland, maar in Duitsland gedrukt werd.

Bedrijven haken massaal in op deze vaderlandsliefde door NL achter hun naam te zetten. Er zijn krasloten te koop met de naam Holland Krassen, compleet met afbeeldingen van klompen, molens en tulpen. De nieuwste mobiele telefoonaanbieder heet Hollands Nieuwe. De nieuwste energie-aanbieder is Hollandse Wind. Jawel, energie uit wind, want daar hebben wij zo lekker veel van.
Het wij-gevoel stijgt tot hoogtes die vroeger alleen tijdens een internationaal voetbaltoernooi bereikt werden.

Maar waarom zijn we zo trots op ons landje? Diezelfde trotse Hollanders klagen het hele jaar over de regen en brengen het liefst de hele zomer door op een Franse camping of aan een Spaanse Costa.

Alleen al het feit dat we onszelf Hollanders noemen, getuigt van weinig vaderlandskennis. Dat je een Amerikaan moet uitleggen dat het The Netherlands moet zijn, is nog tot daar aan toe. Maar als wij Nederlanders het zelf ook al niet meer weten, is het goed mis.

Op onze eigen taal zijn we ook niet zo trots als we beweren. Er sluipen elke dag meer Engelse woorden in onze spreektaal. Hoe Nederlands is een programma dat The Voice of Holland heet?

Ik schrok op uit mijn gedachten toen er een vrouw uit het rood-wit-blauw versierde huis naar buiten kwam met een zak drop in haar handen. Ze zag mij naar de slingers kijken.
‘Mijn dochter komt vandaag thuis na twee maanden backpacken in Australië,’ legde ze uit.
Ze sprong de versierde auto in, mij achterlatend met de vraag waarom dat meisje niet met een rugzak maar met een backpack reist.

 

 

 

Kort verhaal: Losse Handjes

In het kader van de Kinderboekenweek, een sportief kort verhaal rond het thema Klaar voor de start!

Losse handjes

Bart slingert het breekijzer een paar keer van achter naar voren en laat dan los.
‘Zes meter vierentwintig. Niet slecht, jongen,’ zegt de docent die zich hiervoor heeft laten strikken.
‘Ik had zes meter achtentwintig,’ meldt Vincent.
‘Nou en?’ gromt Bart. ‘Ik had vier kilo meer bij het buitslepen.’
‘Jullie mogen door naar het volgende onderdeel, de obstakelbaan.’

De jongens kruipen onder een strakgespannen touw door en stappen voorzichtig over een andere. Beiden houden hun adem in. Dan klinkt het alarm en een vloek van Vincent.
‘Bart is de winnaar!’

Vincent vliegt Bart aan en timmert hem op zijn neus.
‘Jongens, jongens. Boksen is geen onderdeel van de sportdag,’ zegt meneer Bak, adjunct-directeur van het Cleptacollege Voor Veelbelovende Criminelen, streng.

 

Dit verhaal heeft precies 120 woorden. Meer 120 woorden verhalen lezen? Op 120w.nl staat elke week een nieuwe van mij, en nog veel meer van andere schrijvers.