Olympisch tv kijken

Olympische RingenDe olympische spelen zijn begonnen en ik kijk echt alles! Turnen, zwemmen, zeilen, roeien, hockey. Als dammen een olympische sport zou zijn, zou ik het ook kijken. Dit zijn droomweken voor een echte sportfanaat. Dat ben ik trouwens niet. Ik kijk nooit sport. De voetbalcompetitie gaat het hele jaar compleet langs me heen. Wat er verder aan sport wordt uitgezonden weet ik niet, want ik kijk het niet. De enige sport die me normaal gesproken interesseert is handbal. En dan niet op tv – daar is het ook zelden te vinden – maar gewoon bij mijn eigen team, het laagste team van de lokale handbalvereniging.

Alleen als er olympische spelen zijn, ben ik ineens een sportliefhebber. Het is ook zo mooi. Topprestaties, teleurstellingen, emoties, tranen. Schitterend! Al die sporters die vier jaar getraind hebben met niets anders in gedachten dan dit toernooi. En die dan met een verschil van een honderdste seconde naast de medailles grijpen. Of natuurlijk als onbekende outsider in één keer op het podium belanden.

Maar allemaal, de helden en de stumpers, mogen ze dan aan het eind van de dag aan tafel zitten bij Mart Smeets. De beste man is al een paar jaar bezig om met pensioen te gaan, maar bij elk sportevenement wordt hij toch weer aan een tafel gezet. Logisch ook; waar gaat de omroep een nieuwe Mart Smeets vinden? Nergens toch! Dus alle sporters, helemaal afgedraaid na een dag op het hoogste niveau presteren, zeggen toch ‘ja’ als ze bij Mart worden uitgenodigd om te bespreken of ze ‘brons hebben gewonnen of goud hebben verloren’.

Ik vind praten over sport nooit interessant, zelfs niet tijdens de olympische spelen. Dus meestal haal ik het einde van Marts programma niet. Maar laatst ontdekte ik hoe het programma elke avond eindigt. Eén van de sporters aan tafel mag de bel luiden. Mart kondigt aan wie de scheepsbel een slinger mag geven alsof het de hoogste eer is. Zo’n arme sporter heeft de gedroomde gouden medaille naar zijn grootste concurrent zien gaan, heeft zelf de slechtste race van zijn leven gezwommen/gelopen/geroeid, maar heeft nu deze eer. Dat je toch thuis kan zeggen: ‘ja, inderdaad, ik heb de afgelopen vier jaar geïnvesteerd, lag binnen twee minuten uit het toernooi, maar goed, ik heb wel bij Mart Smeets de bel geluid!’